ViveActive in de Telegraaf (april 2006) - pagina 1/1

Albert put zichzelf uit…

„Ik ga de deur niet uit voor het aanrecht is geboend

Toen Beau wegging, kreeg ik opslag”

Albert pakt de alleronderste envelop. Een vraag die nog nooit open is geweest. En het gekke is dat we steeds meer de ervaring krijgen dat mensen de vragen trekken die bij ze passen.
       1. Wat zijn je mannelijke en je vrouwelijke kanten?
        Proest: „Mannelijk aan mij is dat ik haantjesgedrag heb. Op tv heb ik territoriumdrift, wil ik altijd winnen en altijd de beste zijn. Ik kan ook gemakkelijk knopen doorhakken en met sporten heb ik ontdekt dat ik ook mannelijk sterk ben.” Hij gromt vervaarlijk: ’De Hulk.’ Vrouwelijk ben ik ook. Ik ga voor kijkcijfers niet over lijken, hou niet van ranzigheid en thuis heb ik een echte opruimdrift. Ik ga de deur niet uit voor het aanrecht geboend is.”
       2. Waarvan heb je het meeste spijt?
        „Van dat mijn leven zo vol is. Ik zeg zo vaak. Ik heb geen tijd, ik heb geen tijd. Ik leef haastig. Ik sprak Rick Engelkes voor het overlijden van Frédérique Huydts. Bleek dat we twee jaar gewoon geen contact hadden gehad. Terwijl we collega-producenten zijn…”
       3. Als je parkeerschade veroorzaakt, doe je dan een briefje achter de ruitenwisser?
        „Ja, ik kan niet beoordelen hoe erg een ander een deukje vindt en of hij dat wil laten repareren, of niet. Ik rij vaak in Amsterdam, dan word je gemakkelijk. Ik schrik niet meer van een krasje.”
       

„Ik vertelde het eerst aan Jos Brink dat ik homo ben”


4. Ben je er het laat4ste jaar financieel op vooruitgegaan?
        Met pretoogjes antwoordt Albert: „Jazeker. Fons van Westerloo zei me dat trouw ook beloond moet worden. Toen Beau wegging bij Boulevard is mijn contract verbeterd. Hij zette een premie op loyaliteit. Ik vind dat super.”
       5. Wanneer ging je voor het laatst 5naar de dokter?
        „Een half jaar geleden met een moedervlek die ik niet vertrouwde. Ik ben nogal een zonliefhebber en ik let op mijn huid sinds bij mijn zusje jaren geleden een kwaadaardige vlek is weggehaald. Dat is allemaal goed gegaan, omdat ze er vroeg bij was. De dokter heeft mijn vlek helemaal bestudeerd en opgemeten. Er was niks aan de hand.”
       6. Hoe ziet jouw ideale gezin er uit?
        „Als de ouders de kinderen niet remmen en andersom. Onno en ik hadden graag kinderen opgevoed, maar zoals je weet konden onze adoptieplannen niet doorgaan. We werden met onze 45 jaar te oud. De belangrijkste les die ik van mijn ouders heb geleerd is dat je als kind niet je hele leven dankbaar moet zijn. Je opvoeding duurt negentien jaar. Het is onmogelijk om daar de volgende zestig jaar dank je wel voor te zeggen.”
       7. Spilziek of zuinig?
        Hij lacht: „Het is hollen of stilstaan bij mij. Ik eet elk kruimeltje oud brood op. Gooi niks weg, drink als het moet bijna zure melk. Maar ik ben bijvoorbeeld absoluut spilziek als het om hotels gaat. Ik ben verliefd op resorts, bestel gemakkelijk een suite en laat me omringd door schoonheid helemaal in de watten leggen.”
       8. Werd je gepest op school of was je 8 een pester?
        „Ik was een vreemde outsider. Mijn zusjes werden gepest, toen we in het dorp Susteren ginlde gen wonen. Ze zijn zelfs ondersteboven t aan boven een put gehouden. Dat soort dink dat gen. Maar als ze mij wilden pakken had ben” je meteen een groep die me wilde beschermen, en een groep die me wilde aanvallen. Ik stond erbij als zij slaags raakten om wat er nu moest gebeuren.”
       9. Wie is je goeroe?
        Hij hoeft niet te denken: „Jos 9 Brink. Hem leerde ik al op mijn 16e kennen. Ik klopte op zijn kleedkamerdeur omdat ik had gehoord dat hij homo was, maar dat je wel met hem kon lachen. Ik vroeg hem heel bedeesd hoe ik in zijn vak terecht kon komen. Hij schreef het adres van de kleinkunstacademie op. En we hielden contact. Als zeventienjarige schreef ik hem heel directe brieven, waarin ik ook schreef wat ik slecht aan zijn shows vond. Hij heeft me vervolgens heel veel geleerd over hoe je in het vak met mensen om moet gaan. Ik heb zelfs mijn eerste geld van hem gehad. Duizend gulden om zelfstandig uit te geven toen ik op de kleinkunstacademie zat. Tegen Jos heb ik later ook het eerst gezegd dat ik homo was.” Glimlacht: „Wel gek dat we nu met elkaar werken, dat ik hem nu engageer.”

Albert Verlinden

Albert Verlinde is 18 jaar samen met Onno. „Ik ben best een verwend ding. Als je mij laat gaan, blijf ik maar doorwerken en dingen voor mezelf doen. Tterwijl het natuurlijk wel leuk is als je er soms voor je partner bent.”

FOTO: ROY BEUSKER


       10. Wat kost een pak melk en een halfje brood?
        Albert lacht: „Ik denk een pak melk 82 eurocent en een halfje brood 62 eurocent. Maar misschien denk ik nog in guldens.”
       11. Wat is de keerzijde van de roem?
        „Ik zeur niet zo vaak, want dit vak heeft me heel veel moois gebracht. Lastig is misschien alleen dat je in Amsterdam niet kan gaan mensen kijken. Omdat je zelf dan bekeken wordt. Mensen kijken doen Onno en ik dus maar in het buitenland.”
       12. Met wie wil je een duet zingen?
        Spontaan: „Met Guus Meeuwis en dan liefst een lekkere carnavalskraker. Ik ben echt van het zuiden en dus van het carnaval. Afgelopen jaar ook weer twee dagen heerlijk in boerenkiel uit mijn dak gegaan. We waren de gast van de burgemeester van Den Bosch. Schoof ik om half vier mijn bed in, maar dan ’s avonds wel gewoon Boulevard presenteren. Je begint met carnaval al om 11 uur ’s ochtends te drinken. Ik kan er goed tegen. Op een dag gaan er zo’n 20 tot 25 biertjes in, met af en toe een vet patatje tussendoor voor de demping.”
       13. Hoeveel uur per week besteed je aan sport?
        Albert straalt van trots: „Wel vijf uur. Ik train twee keer per week met personal trainer Maarten Schaapherder. En we hebben een zwembad waarin ik elke ochtend een kwartiertje baantjes trek. Dan ga ik in het weekend nog een keertje hardlopen. Ik voel me er heerlijk bij. Als ik heb gesport ben ik de hele dag extra alert. Dan kan ik nog meer tegelijk aan.”
       14. Wat verweet je ex-partner je al14tijd?
        „Even denken… Dat is al heel lang geleden, want ik ben al 18 jaar met Onno. Daarvoor tussen mijn 18e en 25e was ik met Paul. Het probleem was, denk ik, dat hij me te weinig verweet. Daar is die relatie op gestrand. Ik ben best een verwend ding. Als je mij laat gaan, dan ga ik ver. Ik blijf dan maar doorwerken en dingen voor mezelf doen, terwijl het natuurlijk wel leuk is als je er soms voor je partner bent. Onno remt wel, van hem heb ik geleerd soms te zijner bate dingen af te zeggen. Zoals vorige week, heb ik de hele avond zitten luisteren op een VVD-bijeenkomst in Den Bosch waar hij tot lijsttrekker werd gekozen. Het is belangrijk voor onze relatie dat ik zag hoe goed hij het daar deed.”
       Albert trekt zijn laatste vraag. Het is de allergemakkelijkste.
       15. Zonder wie kun je niet verder leven?
        Hij glimlacht spontaan: „Onno. Hij is echt de allerbelangrijkste mens in mijn bestaan…” Hij vouwt de envelop dicht en glimlacht. „Raar spelletje is dit, ik heb geloof ik echt meer verteld dan ik van plan was.”

 

Albert Verlinden in de Telegraaf